- de analyse wordt uitgevoerd in 2 stappen:
1) er wordt in een eerste analyse bepaald of er al dan niet plaatjesantistoffen
aanwezig zijn; dit is de zogenaamde screeningfase
2) indien de screening positief is wordt er in een tweede analyse bepaald welk
type plaatjesantistoffen aanwezig is: anti-HLA Klasse I antistoffen, plaatjes-
specifieke antistoffen of beide; dit is de identificatiefase
- deze analyses zijn o.a. aangewezen bij het vermoeden van neonatale autoimmune
trombopenie (NAIT), posttransfusie purpura en bloedplaatjestransfusie resistentie;
bij sterk vermoeden van NAIT is het aangewezen om tegelijkertijd ook plaatjesantistoffen
op te sporen bij de moeder |