Zie ook website van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid
Regel |
Omschrijving (K.B. 9/12/1994, K.B. 29/11/1996, K.B. 29/04/1999 en K.B. 26/08/2010) |
| cum3 | glucosetolerantietest en glucose in bloed of urine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum4 | voor het gezamelijk doseren van alanine aminotransferase (ALT) en aspartaat aminotransferase (AST) bestaat een apart nomenclatuurnummer |
| cum5 | bilirubine afzonderlijk en bilirubine met zijn fracties mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum6 | elektroforese zonder curve of berekening en elektroforese met curve of berekening mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum8 | creatinine in bloed en creatinine in urine mogen niet gecumuleerd worden met creatinineklaring |
| cum9 | chromatografie van aminozuren en het afzonderlijk doseren van aminozuren mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum10 | maximum drie van myoglobine, creatine kinase (CK), lactaat dehydrogenase (LDH), troponine I en troponine T |
| cum11 | albumine (colorimetrische of immunologische methode) en elektroforese van proteïnen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum12 | calcium en geïoniseerd calcium mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum13 | HDL-cholesterol, LDL-cholesterol en apolipoproteïnen A1 en B mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum14 | ceruloplasmine moet samen aangevraagd worden met koper (apart nomenclatuurnummer) |
| cum15 | ijzer afzonderlijk en ijzer met ijzerbindend vermogen (apart nomenclatuurnummer) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum16 | ijzer met ijzerbindend vermogen en transferrine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum17 | identificeren abnormale hemoglobine door elektroforese en doseren van hemoglobine S en hemoglobine D via een oplosbaarheidstest mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum18 | geglycosyleerd hemoglobine en fructosamine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum19 | vitamine A en/of caroteen en vitamine A en/of vitamine E met HPLC mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum24 | elektroforese van alkalische fosfatasen en doseren van één iso-enzyme via selectieve inhibitie mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum25 | chromatografie van aminozuren en afzonderlijk doseren van aminozuren mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum26 | oxalaten: geen cumul van specifieke enzymatische methode met HPLC |
| cum27 | vanillylamandelzuur (VMA) met HPLC of gaschromatografie en homovanillinezuur (HVA) met HPLC of gaschromatografie mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum29 | totale fenolsteroïden en/of oestriol en oestron, oestradiol en oestriol afzonderlijk mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum30 | chromatografisch fractioneren van pregnanesteroïden en chromatografisch fractioneren van 17-ketosteroïden en pregnanesteroïden mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum31 | elektroforese zonder curve of berekening en elektroforese met curve of berekening mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum32 | immuno-elektroforese en "isoelectric focusing" van proteïnen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum33 | meten basale activiteit en na activatie van de pancreatische afscheiding en amylasen of lipasen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum34 | kwalitatieve en kwantitatieve analyse van nierstenen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum35 | maximum 2 van C-reactive protein (CRP), orosomucoïde, haptoglobine en alfa-1-antitrypsine |
| cum37 | luteïniserend hormoon (LH), totaal humaan choriongonadotrofine (hCG) en vrij beta humaan choriongonadotrofine (vrij beta hCG) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum38 | ethanol: geen cumul van niet-chromatografische met chromatografische methode |
| cum39 | cafeïne bij zuigelingen: geen cumul van niet-chromatografische met chromatografische methode |
| cum40 | cyclosporine A: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum41 | eerste vocht: opzoeken en identificeren van geneesmiddelen van verschillende chemische klassen en van een farmacologische werkzame stof, para-aminofenol, xenobiotica en andere geneesmiddelen apart mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum42 | tweede vocht: opzoeken en identificeren van geneesmiddelen van verschillende chemische klassen en van een farmacologische werkzame stof, para-aminofenol, xenobiotica en andere geneesmiddelen apart mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum44 | coagulatietijd en geactiveerde coagulatietijd mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum45 | androstaandiolglucuronide en dihydrotestosteron (DHT) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum46 | IgE totaal: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum47 | specifiek IgE, per antigeen: cumul van RIA-techniek met andere techniek is toegelaten; maximum 6 |
| cum48 | circulerende immuuncomplexen: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum49 | immuno-elektroforese en immunofixatie met minimum 3 anti-humane antisera mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum50 | elektroforese in alkalische pH, chromatografie en "isoelectric focusing" met het oog op het opsporen van een hemoglobinopathie mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum51 | immuno-elektroforese en immunofixatie met minimum 2 anti-humane antisera mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum52 | alfa-foetoproteïne(AFP): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum53 | androstaandiolglucuronide en testosteron (chromatografisch) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum54 | protrombinetijd (PT) en trombotest mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum59 | CSV: lactaat dehydrogenase (LDH) en creatinine kinase (CK) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum60 | trypsine en chymotrypsine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum61 | sperma: zure fosfatase en gamma-glutamyltransferase mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum62 | punctievloeistof (peritoneaal, pleuraal, pericardiaal): amylase en lipase mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum63 | intrensiek factor blokkerende antilichamen (IF bAb): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum64 | Down-syndroom screening: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek, noch cumul met alfa-foetoproteïne (AFP), oestriol (E3) en totaal humaan choriongonadotrofine (hCG) |
| cum66 | oestrogeen- en progesteronreceptoren: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum67 | C22-C26 vetzuren en fytaanzuur mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum68 | chromatografie en afzonderlijk doseren van purinen en pyrimidinen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum69 | microalbuminurie: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum100 | leukocytenformule met microscoop, vereenvoudigde leukocytenformule en leukocytenformule van tenminste 5 populaties mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum101 | sedimentatiesnelheid en fibrinogeen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum102 | leukocytenformule met microscoop, vereenvoudigde leukocytenformule, leukocytenformule van tenminste 5 populaties en cytologisch onderzoek op een concentraat van witte bloedcellen mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum104 | lithium in plasma afzonderlijk en lithium in plasma en in de erytrocyten mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum106 | fibrinemonomeren en/of afbraakproducten van fibrine met latextest, D-dimeren met latextest en afbraakproducten van fibrine door hemagglutinatietest of "enzyme immuno assay" mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum107 | recalcificatietijd en gedeeltelijke en/of geactiveerde gedeeltelijke tromboplastinetijd mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum108 | compatibiliteitstest vóór transfusie en opzoeken van onregelmatige anti-erytrocytaire antilichamen vóór transfusie mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum109 | RA-factor: geen cumul van latextest met kwantitatieve bepaling |
| cum201 | maximum één van neuron specifiek enolase (NSE), vrij beta humaan choriongonadotrofine (vrij beta hCG), weefsel polypeptide-antigen (TPA), carcino-embryonaal antigen (CEA), carcinogeen antigen 15.3 (CA15.3), carcinogeen antigen 19.9(CA19.9), carcinogeen antigen 125 (CA125), carcinogeen antigen 195 (CA195) en carcinogeen antigen 549 (CA549) |
| cum203 | adrenocorticotroop hormoon (ACTH) en beta-lipotrofine en/of beta-endorfine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum204 | groeihormoon (GH) en somatomedine-C (IGF-I) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum205 | neurofysine NHP1 en antidiuretisch hormoon (ADH) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum206 | actief renine en angiotensine-I of -II mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum209 | dehydroepiandrosteron (DHEA) en dehydroepiandrosteronsulfaat (DHEA-sulfaat) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum210 | maximum vier van transcortine, 11-deoxycortisol, 17-alfa-hydroxyprogesteron, androsteendion, dehydroepiandrosteron (DHEA), dehydroepiandrosteronsulfaat (DHEA-sulfaat), aldosteron, 11-deoxycorticosteron, 11-deoxy-18-hydroxycorticosteron en cortisol |
| cum211 | vrij testosteron en sex hormoon bindend globuline (SHBG) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum212 | maximum twee van oestradiol, oestriol, oestron en totale oestrogenen |
| cum214 | vitamine D en 1,25-dihydroxyvitamine D mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum218 | maximum twee van thyroïd stimulerend hormoon (TSH), thyroxine (vrij) (FT4), thyroxine (T4) en triïodothyronine resin uptake (T3RU), thyroxine (T4)en thyroxine bindend globuline (TBG), triïodothyronine (vrij), triïodothyronine (vrij) en thyroxine bindend globuline (TBG) |
| cum219 | thyroxine (vrij) (FT4), thyroxine (T4) en triïodothyronine resin uptake (T3RU), thyroxine (T4) en thyroxine bindend globuline (TBG) zijn onderling niet cumuleerbaar |
| cum220 | triïodothyronine (vrij), triïodothyronine (T3) en thyroxine bindend globuline (TBG) zijn onderling niet cumuleerbaar |
| cum221 | insuline: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum222 | methotrexaat: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum223 | één of meer cardiotonische heterosiden: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum227 | maximum drie binnen een tijdsspanne van 24h van één of meerdere cardiotonische heterosiden, dexamethasone, cyclosporine A en methotrexaat |
| cum228 | cortisol: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum229 | hepatitis A IgM: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum230 | hepatitis B surface antigen: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum231 | hepatitis Be antigen: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum232 | hepatitis B surface antilichaam: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum233 | hepatitis Be antilichaam: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum234 | hepatitis B core antilichaam: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum235 | maximum tien doseringen bij catheterisatie van adrenocorticotroop hormoon (ACTH), actief renine, angiotensine I, angiotensine II, intact parathormoon (PTH), adrenaline, noradrenaline en dopamine |
| cum300 | vrij cortisol: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum302 | alfa-foetoproteïne (AFP): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum303 | foliumzuur en vitamine B12: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum304 | intra-erytrocytair foliumzuur: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum305 | ferritine: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum309 | follikel stimulerend hormoon (FSH): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum310 | prolactine: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum311 | thyroïd stimulerend hormoon (TSH): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum313 | oestradiol: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum314 | progesteron: geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum315 | carcinogeen antigen 15.3 (CA15.3): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum316 | prostaat specifiek antigen (PSA): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum317 | carcino-embryonaal antigen (CEA): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum318 | carcinogeen antigen 19.9 (CA19.9) of carcinogeen antigen 195 (CA195): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum319 | carcinogeen antigen 125 (CA125): geen cumul van RIA-techniek met andere techniek |
| cum322 | maximum vijf bij een stimulatie- of remmingsproef |
| cum323 | kweek van Chlamydia en opsporen van antigenen van agentia van infectieziekten mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum324 | opsporen van antigenen van agentia van infectieziekten en opzoeken van rotavirus, adenovirus en het microscopisch opsporen van infectieuze agentia met een immunologische techniek mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum326 | maximum vijf van de volgende bacteriële serologieën per analyseaanvraag: opsporen van antilichamen tegen Brucella, Legionella, antistreptolysines, Yersinia en/of Campylobacter, Borrelia, Leptospirose, RPR, TPHA; indien het opsporen van antilichamen tegen Yersinia wordt aangevraagd mogen maximaal nog 3 andere bakteriële serologieën worden aangevraagd (Yersinia serologie bestaat uit de serologie voor serotypes O3 en O9) |
| cum327 | maximum vijf van opsporen van antilichamen tegen Rickettsiae, opsporen van antilichamen tegen Chlamydia, opsporen van antilichamen tegen Mycoplasma pneumoniae |
| cum328 | maximum acht van de volgende analyses per analyseaanvraag: hepatitis A IgM, hepatitis B surface antigen, hepatitis Be antigen, hepatitis B surface antilichamen, hepatitis Be antilichamen, hepatitis B core antilichamen, hepatitis C antilichamen, Cytomegaal-virus IgG, Cytomegaal-virus IgM, Cytomegaal-virus CF, Varicella, Mononucleose (Paul & Bunnell), Epstein Barr Virus IgG, Epstein Barr Virus IgM, bof, Rubella IgG, Rubella IgM, mazelen, Picorna, adenovirus, herpes, Influenza A, Influenza B, Respiratoir Syncitiaal Virus en Humaan Immunodeficiëntie Virus |
| cum329 | maximum vijf van serologie parasieten: Toxoplasma, dierlijke parasieten, helminthes, hemoprotozoa, leishmania |
| cum330 | anti-schildkliermicrosomen antilichamen (RIA-techniek) en anti-thyreoïd microsoom of anti-thyroperoxidase antilichamen (niet-RIA methode) mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum333 | doseren van carboxyhemoglobine, bepalen van pH en de partiële CO2 en O2-drukken en meten van de O2-saturatie van hemoglobine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum334 | doseren van methemoglobine, bepalen van pH en de partiële CO2 en O2-drukken en meten van de O2-saturatie van hemoglobine mogen onderling niet gecumuleerd worden |
| cum335 | de prestaties 540256-540260 (Doseren van chloriden), 540492-540503 (Doseren van bicarbonaat in plama of serum), 540934-540945 (Doseren van kalium) en 541354-541365 (Doseren van natrium) zijn niet cumuleerbaar met de prestatie 542872-542883 (Doseren van natrium, kalium, chloriden en bicarbonaat in plasma of serum) |