De laboratoriumgids is bestemd als leidraad bij de afname / collecte van monsters voor laboratoriumontledingen. Gegevens die de interpretatie van resultaten vergemakkelijken zijn eveneens ingelast.
De gegevens zijn gegroepeerd in 5 secties :
1. de naam van de test, met eventueel een aanvullende omschrijving en het vereiste specimen; de rangschikking is alfabetisch, zonder rekening te houden met cijfers aan het begin van de naam
2. het laboratorium dat instaat voor de uitvoering van de test, zijn telefoonnummer of dat van de contactpersoon: zie "lijst van telefoonnummers, faxnummers en e-mailadressen", de nummers van de eventuele cumul- en diagnoseregels, beschreven in de documenten "Diagnoseregels" en "Cumulregels", t.h.v. de laboratoriumgidsindex
3. bijzondere afnamecondities worden vermeld met opgave van bewaarcondities
4. de te gebruiken recipiënt (UZ Brussel) is met een code aangegeven, omschreven in de "lijst van recipiënten", de vereiste hoeveelheid van het specimen (volume of gewicht), de frequentie van uitvoering en de minimum antwoordtijd
5. voor de meeste ontledingen worden referentiewaarden of richtlijnen voor de interpretatie van de resultaten opgegeven
Dit repertorium kwam tot stand dankzij de nauwe samenwerking tussen de verschillende laboratoria en de dienst informatieverwerking. Het wordt op regelmatige basis aangevuld of verbeterd.
Voor opmerkingen, suggesties of commentaar kunt u terecht bij Prof. Dr. Martine Vercammen (martine.vercammen@uzbrussel.be; tel. 02-477 39 96
Verantwoordelijke uitgever: Prof. Dr. Frans Gorus
Noodzakelijke gegevens |
|
3.1 Afgifte |
||||
|
Via buispostsysteem |
Centraal
trieercentrum |
Trieercentrum microbiologie (verdieping 1, Kinderziekenhuis) |
||
|
Weekdagen |
Zie procedure buispostsysteem |
24h/24h |
8h00
20h30 |
|
| Zat-, zon- en feestdagen |
Zie procedure buispostsysteem |
24h/24h |
14h00 21h00 |
|
Noot: Bloedtransfusie: dringende monsters moeten steeds op de dienst zelf afgegeven worden. Microbiologie: tussen 08h00 en 21h00 dienen dringende monsters bestemd voor microbiologie steeds op het trieercentrum microbiologie afgegeven te worden |
||||
|
3.2 Algemene omhaling |
||||
UZ Brussel |
UZ Brussel Kinderziekenhuis |
Bloedafname (polikliniek) |
||
|
Weekdagen |
7h45
8h00 8h10 8h25 8h45 9h00 |
9h00
13h00 |
8h00
13h00: 1x per 30 min. |
|
| Zat-, zon- en feestdagen |
7h45 8h30 |
9h00
12h00 |
|
|
|
3.3 Omhaling Microbiologie |
||||
|
Weekdagen |
Consultaties
(CKNO, CGYN, CURO, CDER): om 15h00, inclusief
monsters anatomopathologie Na 15h00: CGYN op verzoek |
|||
|
3.4 Anatomopathologie (zie punt 4.5) |
||||
De monstername is een essentieel onderdeel van alle
laboratoriumonderzoeken. Een correcte monstername draagt dus bij tot de kwaliteit van de
resultaten. Onnauwkeurigheden kunnen onderzoeken onmogelijk maken of artefacten induceren,
die het diagnostisch proces ondermijnen.
Wees bijzonder aandachtig voor:
4.1. Bloedafname
4.1.1. Macroafname
Klinische Chemie en hematologie: aard en aantal buisjes zijn gemakkelijk af te leiden van het aanvraagformulier. Volgende chemische ontledingen kunnen op één goed gevulde H 5-buis gebeuren: glucose, ureum, creatinine, natrium, kalium, chloride, bicarbonaat, CK, LDH, AST, ALT, alkalische fosfatase, g -GT, pseudocholinesterase, CK-MB, totaal en direct bilirubine, albumine, calcium, fosfor, magnesium, urinezuur, cholesterol, HDL-en LDL-cholesterol, triglyceriden, ijzer, totale ijzerbindingscapaciteit en osmolaliteit.
Radioimmunologie: de hoeveelheden bloed nodig voor elke ontleding optellen (zie aanvraagformulier).
In geval van ontledingen in onderaanneming worden, tenzij volbloed vereist is voor bepaalde ontledingen, enkel plasma of serum aanvaard.4.1.2. Microafname
Voor bloedafname bij kinderen gelden de hieronder vermelde hoeveelheden. Echter, er kan steeds van de voorgestelde afnamebuizen afgeweken worden naargelang de toestand van het kind en/of aard van de pathologie.Opmerking: de vermelde volumina houden rekening met volledig gevulde afnamebuizen.
Ontledingen Micro-afname
Doelgroep = kinderen minder 4 maand oud
Mini-afname
Doelgroep = kinderen tussen 4 maand en 6 jaar
glucose, ureum, creatinine, natrium, kalium, chloride, bicarbonaat, CK, LDH, AST, ALT, amylase, lipase, alkalische fosfatase, g-GT, PCHE, CK-MB, totaal-, direct- en neonataal bilirubine, albumine, calcium, fosfor, magnesium, triglyceriden, urinezuur en ijzer
1x H micro 0.3 per 4 ontledingen
1x H mini 1.2 CRP, TIBC, digoxine, theofylline, gentamicine, amikacine, vancomycine, fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine en valproïnezuur
1x H micro 0.3 per ontleding
1x H mini 1.2 aminozuren 2x H micro 0.3 1x H mini 1.2 ammonia
1x H micro 0.3 op ijs
1x H mini 1.2 op ijs cafeïne
1x H micro 0.3
1x H mini 1.2
clonazepam 1x H mini 1.2 1x H 5 hemoglobine A1c 1x HbA1c micro 1x HbA1c micro hematologisch onderzoek + bezinkingssnelheid
1x EDTA mini 1.2
1x EDTA mini 1.2 hematologisch onderzoek
1x EDTA micro 0.5
1x EDTA mini 1.2 hemostase screening 1x CIT mini 1.4 1x CIT mini 1.4 lactaat
1x G mini 1.2 op ijs
1x G mini 1.2 op ijs lamotrigine 1x H micro 0.3 1x H mini 1.2 pH
2 geheparineerde capillairen (CAP), goed gevuld, zonder luchtbellen; metalen staafje inbrengen, afsluiten met plastieken afsluitdopjes, mengen met magneet, in plastieken buis steken ter bescherming, vervoeren in gemalen ijs
geheparineerde spuit totale proteïnen
1x S micro 0.3
1x S mini 1.2 totale proteïnen + elektroforese
2x S micro 0.3
1x S mini 1.2 serologische ontledingen (microbiologie)
1x S micro 0.3 per ontleding
1x S mini 1.2 per 4 à 6 ontledingen
De meeste chemische ontledingen in urine moeten op een 24-h collecte uitgevoerd worden, voornamelijk omdat de excretie van de meeste urineconstituenten een dagritme vertoont. Onmiddellijk na het ontwaken (tijd 0, dag 1) ledigt de patiënt zijn blaas. Deze eerste urinelozing wordt weggegooid. Van dan af worden alle urinelozingen verzameld in een adequate bokaal (zie lijst van recipiënten) tot en met de ochtendurine (tijd 0, dag 2) van de volgende dag. De volledige collecte (zelfs indien het meerdere bokalen betreft) wordt daarna naar het trieercentrum gebracht. Indien een klaring aangevraagd is, wordt een bloedmonster genomen tijdens de periode van collecte (liefst middenin). De bepaling van de hoeveelheid creatinine uitgescheiden per 24h kan als controle dienen voor de volledigheid van de urinecollecte. Korte collectes kunnen in bepaalde gevallen nuttig zijn.4.2. Urinecollectes voor chemische analyses
4.3 Afname van een urinemonster met de midstream techniek
| 4.3.1 Bij de vrouw | |
| 1. Was zorgvuldig de handen met zeep. | 2. Open de schaamlippen. |
![]() |
![]() |
| 3. Douch de vulva of gebruik vochtige doekjes; maak dan één enkele beweging van voor naar achter en herhaal dit 3 maal;gebruik telkens een ander doekje. | |
![]() |
![]() |
| 4. Droog de vulva af: maak één enkele beweging van voor naar achter met absorberend papier. | |
| 5. Begin te urineren in het toilet. | |
| 6. Dan, zonder de straal te onderbreken, vangt U ongeveer 50 mL urine op in het plastieken potje. Raak de binnenkant van het potje niet aan met de handen. | |
| 7. Wanneer de gevraagde hoeveelheid urine in het plastieken potje aanwezig is, kan U verder in het toilet urineren. | |
| 8. Geef het urinepotje af aan de verpleegkundige. | |
![]() |
|
| 4.3.2 Bij de man | |
| 1. Was zorgvuldig de handen met zeep. | 2. Ontbloot de eikel. |
![]() |
![]() |
| 3. Douch de eikel of reinig met vochtige doekjes. | |
![]() |
![]() |
| 4. Droog de eikel af met absorberend papier. | |
![]() |
|
| 5. Begin te urineren in het toilet. | |
| 6. Dan, zonder de straal te onderbreken, vangt U ongeveer 50 mL urine op in het plastieken potje. Raak de binnenkant van het potje niet aan met de handen. | |
| 7. Wanneer de gevraagde hoeveelheid urine in het plastieken potje aanwezig is, kan U verder in het toilet urineren. | |
| 8. Geef het urinepotje af aan de verpleegkundige. | |
![]() |
|
4.4. Monsters voor microbiologie Controleer het materiaal op vervaldatum voor ingebruikneming. Monsters voor microbiologie steeds transporteren in de aangepaste transportmedia. Materiaal nooit transporteren in spuit en naald (veiligheid).
Urinekweken, virus- en Chlamydiakweken moeten op ijs getransporteerd worden. Voor meer informatie over monstername en resultaten: zie lijst van recipiënten en repertorium. 4.5 Werking anatomopathologielaboratorium 4.5.1. Algemene richtlijnen
Elk
weefselmonster dient zorgvuldig te zijn gelabeld met de
identificatiegegevens van de patiënt (zie §2) en vergezeld te zijn van een
behoorlijk ingevuld aanvraagformulieranatomo-pathologie (blauw formulier
voor weefselmonsters, roze formulier voor cytologische monsters, groen
formulier voor Moleculaire Pathologie).
De fixatie van weefselmonsters gebeurt
onmiddellijk na afname in minimaal 10x volume neutraal gebufferde
formol 4% (= gebufferde formaline 10%) bij kamertemperatuur. Recipiënt
BIOPT F. Recipiënten met fixatief zijn verkrijgbaar op de dienst
Anatomo-Pathologie (tel 5091). De fixatietijd van weefselstukken moet
finaal liggen tussen 6 en 48 uur. Hiervoor is het absoluut noodzakelijk dat
voor elk monster datum en uur van afname op het aanvraagformulier
vermeld worden.
Uitzonderingen: - testisbiopt: fixatie in Recipiënt BIOPT-B - nierbiopt: setje NIER afhalen na telefonische aanvraag in
labo anatomo-pathologie, de dag van de bioptname (tel 5091) - spierbiopt: setje SPIER afhalen of aanvragen in labo
anatomo-pathologie, de dag van de bioptname (tel 5091) - huidbiopt voor directe immunofluorescentie: in petriplaat
met vochtige compres (fysiologisch serum) - biopten voor immunotypering lymfoom: droog in goed gesloten
potje of buis - biopten voor elektronenmicroscopie: fixatie van fragmenten
nooit groter dan 2mm in recipiënt “GLUT”. - leverbiopten voor enzymbepalingen: in buisje met
fysiologisch serum
Het materiaal nodig voor monstername en transport is te bekomen in het
magazijn van de centrale sterilisatie, uitgezonderd enkele specifieke
transportmedia die af te halen en/of verdeeld worden door het laboratorium
microbiologie: W1-UTM, W2, ANA-V, ANA-W en bloedkweekflessen (B-AER, B-ANA
en B-MYCOB).
4.5.2.Monsters afkomstig van de verpleegeenheden
- Worden gefixeerd volgens de algemene richtlijnen.
- Worden overhandigd aan de verantwoordelijke van het lokaal “afgifte monsters” (dienst anatomo-pathologie, verdieping -1; openingsuren 08:30-16:30).
- Deze monsters kunnen eveneens naar het centrale trieercentrum (gebouw Louis Tielemans) gebracht worden.
4.5.3.Monsters afkomstig van de raadplegingen
- Worden gefixeerd volgens de algemene richtlijnen.
- Worden op regelmatige tijdstippen opgehaald door een koerier van de dienst anatomo-pathologie.
- Deze monsters kunnen eveneens naar het centrale trieercentrum (gebouw Louis Tielemans) gebracht worden.
4.5.4.Monsters afkomstig van het operatiekwartier
- Worden gefixeerd volgens de algemene richtlijnen. De afmeting van het recipiënt dient aangepast te worden aan de afmeting van het operatiestuk.
- Operatiestukken die een kwaadaardige tumor bevatten worden niet gefixeerd. Ze worden opgehaald zodra het weefsel beschikbaar is. Labo anatomo-pathologie verwittigen op interfoon of telefoon 5091.
- Het voorgaande is ook van toepassing voor bepaalde testen die onuitvoerbaar zijn op gefixeerd materiaal (vb.: immunofluorescentie, immunofenotypering, histo-enzymologie).
- De operatiestukken die niet dringend afgehaald worden, moeten in de koelkast in de niet steriele gang geplaatst worden. Daar worden ze meerdere keren per dag opgehaald door een koerier van labo anatomo-pathologie.
4.5.5.Vriescoupes
- Definitie: Peroperatoir onderzoek d.m.v. histologische preparaten, gemaakt van ongefixeerd weefsel met de bedoeling het verdere verloop van de ingreep te bepalen.
- Geplande vriescoupes: op het operatieprogramma wordt naast de naam van de patiënt vermeld “+ vriescoupe”.
- Niet geplande vriescoupes: gelieve voldoende klinische informatie op de aanvraag te vermelden. Indien nodig neemt de chirurg contact op met de patholoog. Indien de vriescoupe verwacht wordt na 17:00 uur, gelieve het labo anatomo-pathologie te verwittigen (tel 5091).
- Monsters voor vriescoupe ophalen: Als het weefsel beschikbaar is, onmiddellijk het labo anatomo-pathologie verwittigen via telefoon (5091) of interfoon (5091).
- Het resultaat wordt telefonisch of via intercom doorgegeven naar het OK. Indien anders gewenst, gelieve een dect- of telefoonnummer op de aanvraag te vermelden.
4.5.6.Cytologische onderzoeken
4.5.6.1. Cervixcytologie
- Alle intra-muros afnames worden gefixeerd in recipiënt CYTOGYN
- Voor afnames door extra-muros gynaecologen dient een regeling besproken te worden met de sectorverantwoordelijke, Dr. C. Bourgain, tel: 02-477 50 92.
- Voor HPV DNA subtypering zie “Moleculaire Pathologie” in de alfabetische lijst.
4.5.6.2. Andere afnames, inbegrepen aspiratiecytologie
- Aspiratiecytologie wordt afgenomen met fijne naald van 21 tot 23 gauge. Het monster wordt onmiddellijk gefixeerd in CYTO-R. De naald uitspoelen met cytorich-R.
- CSV: fixatie in CYTO-B. De naald uitspoelen met cytorich-B.
- Urine: monster overbrengen in recipiënt CYTO-UR en gelijke hoeveelheid alcohol 70° bijvoegen.
- Ascites-en pleuravocht: niet fixeren.
- Andere afnames: zie alfabetische lijst.
4.5.7.Urgenties
- Voor vriescoupes buiten de normale werkuren of tijdens het weekend: de private telefoonnummers zijn gekend op het operatiekwartier.
4.5.8.Resultaten
- Resultaten worden in het elektronisch medisch dossier ingevoerd en zijn meestal 4 werkdagen na ontvangst van het monster beschikbaar. (Uitzondering: 30 werkdagen na ontvangst voor elektronenmicroscopie en 10 werkdagen voor moleculaire pathologie)
- Voor de biopten wordt enkel een uitgeprint protocol naar de aanvrager gestuurd indien hier uitdrukkelijk om gevraagd werd
- Voor de cytologische onderzoeken wordt steeds een uitgeprint protocol naar de aanvragende verpleegeenheid gestuurd.
- Voor de protocols van extra-murale monsters dient de aanvrager afspraken hieromtrent te maken met de sectorverantwoordelijke.
4.5.9. Autopsies
De overleden patiënten moeten onmiddellijk naar het mortuarium vervoerd worden. De aanvragen tot autopsie die na 09:00 uur in de dienst aankomen kunnen niet steeds dezelfde dag behandeld worden. Samen met de aanvraag tot autopsie moet het dossier van de overleden patiënt aan de patholoog worden overgemaakt. Er zal geen bezoek in het mortuarium worden toegelaten buiten de bezoekuren (08:00-09:00 en 14:00-17:00), dit om het verloop van de lijkschouwingen niet te verstoren. Voor alle overledenen dient een autopsie-aanvraag te worden ingevuld; indien er familiale of ethische bezwaren zijn dient dit duidelijk vermeld op de aanvraag. Autopsies zijn verplicht bij weefseldonoren
Bij acute episodes: bloed- en urinemonsters zo snel mogelijk
collecteren.
Voor elke nieuwe patiënt dient een formulier met klinische gegevens samen
met de monsters naar het trieercentrum gestuurd te worden.
5.1. Ontledingen bij metabole oppuntstelling
bloed
afname
minimum volume
glucose, ureum, ionogram, CK, ALT, AST, GT, calcium, urinezuur, cholesterol, triglyceriden H 5 of 2x H micro
1 mL
ammonia, aminozuren H 5 of 2 x H micro in ijs
1 mL
bloed-pH en bloedgassen 2 x CAP in ijs
2x 0.1 mL
pyruvaat (buis volledig vullen) CIT 1.4 in ijs
1.4 mL
lactaat, vrije vetzuren, 3-OH-boterzuur G 5 in ijs
2 mL
acylcarnitines Guthriekaart
6 druppels
hematologie EDTA 2.7 of EDTA micro
0.5 mL
urine aminozuren, organische zuren, purines & pyrimidines SUB
5 mL
5.2. Aanvullende ontledingen voor specifieke aandoeningen
galactosemie, fructosemie
chromatografie van mono- en disacchariden SUB
5 mL
galactotransferase*
H 5 of 2 x H micro
1 mL
*trieercentrum 2 dagen op voorhand verwittigen
peroxisomale stoornissen
extra lange vetzuren, fytaanzuur, galzuren H 5
3 mL
galzuren in urine PP
20 mL
lysosomale stoornissen
mucopolysacchariden, oligosacchariden, siaalzuur
SUB
10 mL
lysosomale enzymen* S 10 + H 10
beide 10 mL *monsters vóór 14 h op trieercentrum afgeven
mitochondriale stoornissen / lactaatacidose
lactaat*, vrije vetzuren*, 3-OH-boterzuur* G 5 in ijs
2 mL
pyruvaat* (buis volledig vullen) CIT 1.4 in ijs
1.4 mL
*nuchter en 1h postprandiaal mitochondriaal DNA EDTA 2.7
2.7 mL
hyperammonemie
orootzuur
SUB
5 mL
cerebrospinaal vocht (onmiddellijk naar het trieercentrum brengen)
totale proteïnen, lactaat, pyruvaat GB in ijs
2 mL
aminozuren, organische zuren GB in ijs
2 mL
HVA en 5-HIAA GB in ijs
1 mL
GABA GB in droogijs
1 mL
5MTHF GB in droogijs 1 mL 5.3. Varia
bloed
afname
minimum volume
7-dehydrocholesterol
H 5
3 mL
alpha-aminoadipinezuur semialdehyde H 5 of 2 x H micro
1 mL
biotinidase
H 5 of H micro
0.5 mL
ceruloplasmine, koper
S 5
3 mL
pipecolzuur
H 5 of 2 x H micro
1 mL
TBG, sialotransferrines
S 5
3 mL
urine alpha-aminoadipinezuur semialdehyde SUB
5 mL
guanidinoacetaat SUB 5 mL pipecolzuur
SUB
5 mL
cerebrospinaal vocht (onmiddellijk naar het trieercentrum brengen) alpha-aminoadipinezuur semialdehyde GB in ijs
1 mL
pipecolzuur
GB in ijs
1 mL